Amber (21): “Mijn foto’s werden gebruikt voor callgirl advertenties”

 

Zo erg gepest worden dat je geen andere uitweg meer ziet dan zelfmoord. Dat dacht Amber (21) toen de (digitale) pesterijen maar niet ophielden.

ALS MIJN MOEDER ER NIET WAS GEWEEST, HAD IK HET WAARSCHIJNLIJK NIET OVERLEEFD

Basisschool

“Het pesten begon op de basisschool. Ik was zes jaar toen een paar jongens uit groep zeven me in elkaar sloegen. Waarom weet ik niet precies. Wat ik me nog herinner was dat ze zeiden dat ik lelijk en dom was. Ik was een makkelijk slachtoffer. Met name door de scheiding van mijn ouders zat ik niet lekker in mijn vel.

Mijn moeder stapte heel vaak naar de schoolleiding: die zei dat ze rekening met me zouden houden. Maar dat is niet gebeurd. ‘Pesten gebeurt niet op onze school’, zeiden ze tegen haar. Pas toen ik in het ziekenhuis lag met gekneusde ribben, gingen ze er anders over denken.”

Callgirl

“Na het ziekenhuis incident wisselde ik van school. Helaas gingen de pesterijen gewoon door. Zo pakten de pesters bijvoorbeeld mijn tas af en verstopten die dan. Op msn werd ik vaak uitgescholden of toegevoegd door onbekenden. Ik kwam er zelfs een keer achter dat mijn foto’s gebruikt werden voor callgirl advertenties.

Als ik mijn vader over de pesterijen vertelde, zei hij: ‘Pesten hoort erbij, dat gebeurt wel vaker. Je bent niet lelijk!’ Ik hield er maar gauw over op. Bij mijn moeder kon ik moeilijk terecht. Ze had het heel moeilijk met de scheiding en ik wilde haar niet nog verdrietiger maken. Vaak leidde ik mezelf af door te gaan tekenen. Dat is altijd al mijn ding geweest. Het was een fijne manier om te ontsnappen aan de harde werkelijkheid.”

Varken

“De pesterijen werden steeds erger. Ik werd heviger uitgescholden. En steeds vaker raakte ik mijn spullen kwijt. Die keer dat mijn kleren weg waren na de gymles vergeet ik nooit meer. De pestkoppen hadden mijn kleren onder de douche gelegd. Alles was nat. Mijn gymleraar zei dat ik naar de conciërge moest. Die had dan misschien wel extra kleren voor me. Ik moest toen in mijn korte broek en mijn sportshirt naar buiten. Dat was precies wat de pestkoppen wilden. Hilarisch vonden ze het. Nu was ik nog lelijker dan ik al was. ‘Varken!’ riepen ze naar me. Mijn neus was voornamelijk het mikpunt van spot. Vandaar ook de bijnaam ‘varken’. Thuis ging ik heel lang op mijn hoofd slapen, omdat ik dan dacht dat mijn neus kleiner zou worden.

Op dat soort momenten wist ik nooit hoe ik daarop moest reageren. Mijn psycholoog zei wel eens: ‘Je moet niet reageren, dan gaat het snel over.’ En de andere keer zei ze: ‘Je moet heel boos reageren!’ En als je dat doet, lachen ze je alleen maar harder uit. Daarom besloot ik vaak niks te doen.”

Lelijk

“Vroeger vond ik iedereen leuk en lief. Ik was helemaal niet bezig met wie er mooi was en wie niet. Ik was ook te jong om het allemaal te begrijpen. Toen ze me begonnen te pesten geloofde ik ook ieder woord dat er tegen me gezegd werd. Als ze zeggen dat ik lelijk ben, dan zal dat wel zo zijn, dacht ik.”

Inrichting

IK ZAG GEEN ANDERE UITWEG

“Het pesten bereikte zijn dieptepunt in de tweede klas van de middelbare school. Toen ging het zo slecht met me dat ik mijn polsen had doorgesneden. Op dat moment zag ik geen andere uitweg. Na een half uur viel ik flauw: blijkbaar kon ik niet goed tegen bloed. Toen mijn moeder thuiskwam belde ze gelijk de ambulance. Als zij er niet was geweest had ik het waarschijnlijk niet overleefd. Ik heb daarna een tijdje in een inrichting gezeten. Leuk was het niet, maar het was wel goed voor me. Vooral omdat je echt weg bent van iedereen. Niemand weet wie je bent, waar je vandaan komt. Je begint eigenlijk een beetje opnieuw.

Ik zat in een groep met leeftijdsgenoten die het thuis moeilijk hadden. Ik leerde een meisje kennen dat net zoals ik hevig gepest werd. Als ik naar haar keek, begrijp ik helemaal niet waarom. Ze was ontzettend knap. In mijn ogen moest je klunzig, dom en lelijk zijn om gepest te worden. Maar ik begreep toen dat dat niet per se zo hoefde te zijn.”

Neusoperatie

“Op school dacht iedereen dat ik een neusoperatie had gehad, omdat ik een tijd weg was geweest. Dat sloeg bij mij in als een bom. Gelukkig had ik een lieve mentor waar ik bij terecht kon. Mijn klas had ze niks verteld over mijn situatie. Ze wisten niet precies waar ik heen was, alleen dat ik even moest rusten.”

Onzeker

“Na die periode is het pesten geleidelijk afgenomen. Ik ben gaan studeren in een andere stad en kom daarom ook minder in contact met de mensen die me vroeger gepest hebben. Af en toe kom ik nog wel eens een pester tegen. Dan word ik weer even onzeker. De meesten herkennen me niet en kijken me ook niet raar aan als ze me op straat zien lopen. Dat is soms raar, want ik weet wel wie zij zijn.

PESTEN IS NIET VOOR ALTIJD

Pesten is niet voor altijd. Het gaat over, dat weet ik nu. Op sommige momenten is het zwaar. Juist dan is het fijn als je iemand hebt waar je bij terecht kunt. Dan kun je ook veel meer dingen aan als je weet dat er iemand je steunt. Vaak denk je dat je er alleen voor staat, maar dat is niet zo.”

*De naam van het slachtoffer is om privacyredenen veranderd.
GRLMAG Redactie
GRLMAG Redactie

De GRLMAG-redactie houdt jou iedere dag op de hoogte van de hotste nieuwtjes en handigste tips.

No Comments Yet

Leave a Reply

Your email address will not be published.

Shop ’till you drop!